Het Kanaal van Hoffelt

Een kanaal dat nooit werd afgemaakt

Politieke situatie
Na de nederlaag van Napoleon werd ons land in 1814 door het congres van Wenen opgedeelt. Het gelukte de Pruisen om uit te breiden tot aan de loop van de Our, de Sauer en de Moezel. Vanwege het verlies van de oude gebieden Sankt Vith en Bitburg, kreeg Luxemburg als schadeloosstelling een deel van het oude bisdom Luik en het grootste deel van het voormalige hertogdom Bouillon toebedeeld. Het verkleinde hertogdom Luxemburg werd tot groothertogdom verheven. Het moest niet als provincie van Nederland gezien worden, maar als zelfstandige staat, gescheiden van het koninkrijk Nederland. Alleen moest de machthebber dezelfde zijn: Willem I was koning van Nederland, in Luxemburg werd hij Groothertog.

Willem I wilde dat alle delen van zijn koninkrijk gelijk behandeld zouden worden en de verschillen zouden verdwijnen. Hij wilde Nederland, België en Luxemburg in één eenheidsstaat laten opgaan. Maar de Hollanders werden bij alle beslissingen voorgetrokken. Dat leidde tot onrust, vooral bij de Belgen en het kwam in 1830 tot een revolutie. Luxemburg werd voor de derde keer obgedeelt. De districten Arlon, Bastogne, Marche, Neufchâteau en Virton werden bij België gevoegd.

De aanleg van het kanaal
In Nederland bloeide de economie, maar de natuurlijke reserves waren beperkt. Daarentegen hadden België en Luxemburg te maken met een economische crisis, omdat hoge belastingen werden geheven. De Nederlandse industriëlen hadden een verkeerde voorstelling van de geologische structuur van Luxemburg. In die tijd was het enige transportmiddel paard en wagen. Er moesten makkelijke transportwegen komen en het enige alternatief dat men toen voorhanden had was transport over water. In het dal van de Maas had onder andere John Cockerill een zware industrie gevestigd en daarom was de opgave om dit dal met andere gebieden te verbinden. Dit Ardennenkanaal moest bij Luik op 60 meter boven de zeespiegel beginnen, de loop van de Ourthe in stijgende lijn volgen langs Comblain, Barvaux, Durbuy en la Roche, langs de “Héerou” om dan in Houffalize te komen. Van hieruit zou hij, de loop van een beek volgend, naar het Oosten afbuigen langs Cetturu, Tavigny en Buret om dan tenslotte de 500 meter boven de zeespiegel liggende waterscheiding van het Maasbekken en het Rijnbekken te passeren. Van Hoffelt via Asselborn, Vlervaux naar Kautenbach moest een kanaal aangelegd worden. De bedding van de Wiltz en de Sauer moesten uitgediept worden tot aan de uitmonding in de Moezel bij Wasserbillig (130 meter boven de zeespiegel). Een ongelooflijk project. Een kanaal zou moeten stijgen van 60 naar 500 meter boven de zeespiegel en vervolgens weer moeten afdalen naar 130 meter. Men zou 218 sluizen moeten bouwen in 261 km waterweg. In juli 1827 kreeg de maatschappij “Société d’Exploration du Luxembourg” de concessie met een kapitaal van 5 millioen gulden, waarvan 2 millionen door de koning was ingebracht. De plannen werden getekend door ingenieur Remy de Puydt, die de Ardennen goed kende.

De graafwerkzaamheden werden in drie stukken opgedeeld:

  • Luik-Houffalize
  • Houfalize-Kautenbach
  • Kautenbach-Wasserbillig

Houfalize - Kautenbach, het moeilijkste deel, de doorsnijding van de bergrug tussen de dalen van de Maas en de Moezel. De geschatte bouwtijd voor dit deel was 5 jaar.

Hoe loste men dit probleem op: 1350 meter graven (Buret), een tunnel van 2528 meter en tenslotte weer 1481 meter graven (Hoffelt). Het in bezit krijgen van de benodigde landerijen was hier in Hoffelt met veel moeilijkheden verbonden. In 1828 werd met de werkzaamheden begonnen en wel op huidig Belgisch grondgebied, het verbindingskanaal van Lac de Bernistab (bij Buret) naar de Maas. Ongeveer 400 arbeiders waren hier ingezet. Een geweldige onderneming als men bedenkt dat het diepe kanaal door mensenhanden met houweel en schop uitgegraven werd. De geweldige hoeveelheden grond werden de berg op gedragen en met kruiwagens en paardenwagens afgevoerd. Op 13 januari 1829 begon men met het graven van de tunnel bij Buret. Er werd dag en nacht gewerkt. Men vorderde 1 meter per dag. Om sneller op te schieten werd in 5 gangen gegraven. In Hoffelt boekte men het graven van het kanaal intussen goede vorderingen. Een deel van dit kanaal bevindt zich hier achter U, daar waar de tuin langs het kanaal is aangelegd In 1830 brak de Belgische revolutie uit, wat met zich meebracht, dat de kanaalaanleg nooit voltooid werd. In september 1831 werden de werkzaamheden tengevolge van de nieuwe verdeling van het land volledig stilgelegd. De “nieuwe” grens werd over de kanaaltunnel getrokken, wat ook het einde betekende van de aanleg van het kanaal. In een inventarislijst van 12 december 1830 is et volgende te lezen: 1100 schoppen, 1679 ijzeren en 505 houten kruiwagens, 33 paardenwagens, 1075 houwelen, een steenbakkerij enz. In de omgeving van Buret was de tunnel al tot 1130 meter in de berg gevordert en de eerste 337 meter was al met bakstenen afgewerkt. Pas in 1964 werd het kanaal hier in Hoffelt dicht gestort (direct achter U). Hoffelt was 130 jaar in "tweeën"”gedeeld, in het begin door een houten brug en later door een dam met elkaar verbonden.

Imprimer | Envoyer